Lage inkomensvoordeel (LIV)

Het Lage-inkomensvoordeel (LIV) bestaat sinds 2017. Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten aan werkgevers met als doel om banen te creëren en te behouden voor werknemers met een laag inkomen.

Met ingang van 2020 is de tegemoetkoming voor werkgevers per werknemer met een uurloon tussen de 100 en 125% van het minimumloon € 0,51 per uur en maximaal € 1.000 per kalenderjaar. Omdat het LIV bedoeld is om substantiële banen te creëren, behoren werknemers alleen tot de LIV-doelgroep als zij minimaal 1.248 uur gewerkt hebben.

De begrote uitgaven aan het LIV dalen vanaf 2021 omdat met ingang van 2020 (uitbetaling in 2021) het hoge tarief van het LIV wordt gehalveerd van maximaal € 2.000 naar maximaal € 1.000 per jaar en vanaf 2022 vanwege de overige dekkingsmaatregelen die genomen zijn voor de temporisering van de AOW-leeftijd. Werkgevers gaan daarbij in overleg met het kabinet onderzoeken of voor het geheel aan instrumenten in de Wet Tegemoetkomingen Loondomein tot een effectievere invulling gekomen kan worden. Daarnaast zijn er vanaf 2022 middelen gereserveerd voor het structureel maken van het LKV Banenafspraak. Hierdoor vallen naar verwachting minder mensen onder het LIV, waardoor de uitgaven van het LIV geleidelijk dalen. De instrumenten LKV en het LIV zijn namelijk niet tegelijk toepasbaar. De verlaging van de leeftijd die recht geeft op het reguliere minimumloon per 1 juli 2019 veroorzaakt een stijging van de begrote uitgaven. Hierdoor vallen meer werknemers onder het LIV.

Jeugd-LIV
Het minimumjeugdloonvoordeel (Jeugd-LIV) bestaat sinds 2018. Het is geïntroduceerd als reactie op de verhoging van het minimumjeugdloon per 1 juli 2017. Per 1 juli 2019 is het minimumloon voor jongeren andermaal omhoog gegaan. Het Jeugd-LIV compenseert werkgevers voor deze loonkostenstijgingen.
De uitgaven aan het Jeugd-LIV dalen vanaf 2021. Het jeugd-LIV wordt met ingang van 2020 (uitbetaling 2021) gehalveerd en met ingang van 2024 (uitbetaling 2025) afgeschaft ter dekking van de temporisering van de verhoging van de AOW-leeftijd. Door de verlaging en afschaffing van het jeugd-LIV ontvangen werkgevers voor werknemers van 18 tot 21 jaar respectievelijk vanaf 2020 een lagere bijdrage en vanaf 2024 geen bijdrage meer voor de hogere loonkosten door de verhoging van het minimumjeugdloon per 2017 en 2019. Daarnaast dalen de uitgaven door de verlaging van de leeftijd die recht geeft op het reguliere minimumloon per 1 juli 2019, waardoor sommige jongeren niet meer in het Jeugd-LIV vallen.

Bron: Xpert HR
Benieuwd hoe u nog optimaal gebruik kunt maken van deze regeling? Neem contact met ons op.